Btw-vrijstelling voor thuistest

Een bv biedt testkits aan, waarmee afnemers zich kunnen laten testen op soa's. De bv werkt samen met een medisch diagnostisch centrum voor de laboratoriumanalyses van de afgenomen tests. De afnemers sturen de tests rechtstreeks naar het laboratorium voor analyse. Bij een positieve uitslag kan de consument kosteloos een (video)consult krijgen bij een samenwerkende huisarts en worden eventuele medicijnen thuisbezorgd via een samenwerkende apotheek. De vraag is of de prestaties van de bv belast zijn met btw.

Standpunt van de belastingplichtige

De bv betoogt dat haar dienstverlening als één geheel moet worden gezien: het testen op aanwezigheid van soa's. Volgens het bedrijf valt deze dienst onder de medische vrijstelling van de Wet Omzetbelasting 1968. Deze vrijstelling geldt voor diensten op het vlak van geneeskundige verzorging van de mens door beoefenaren van medische beroepen. Het feit dat de bv zelf geen BIG-geregistreerde artsen in dienst heeft, maar samenwerkt met gekwalificeerde medische professionals, zou niet mogen afdoen aan de toepassing van de vrijstelling. Subsidiair stelt de bv dat haar diensten vrijgesteld zijn op basis van artikel 11, eerste lid, onderdeel c van de Wet OB.

Standpunt van de inspecteur

De inspecteur ziet de activiteiten van de bv als verschillende losstaande prestaties, die elk apart beoordeeld moeten worden. Hij onderscheidt:

  1. de levering van testkits;
  2. het faciliteren van de laboratoriumanalyse; en
  3. het communiceren van de testuitslag.

De inspecteur stelt dat geen van de afzonderlijke prestaties kwalificeert voor een btw-vrijstelling. De medische vrijstelling is volgens hem niet van toepassing omdat de bv zelf geen medische handelingen verricht en geen BIG-geregistreerde professionals in dienst heeft.

Oordeel van de rechtbank

Het oordeel van de rechtbank omvat twee belangrijke elementen. Ten eerste oordeelt zij dat sprake is van één enkele economische prestatie. Vanuit het oogpunt van de gemiddelde consument is het doel om te weten of men een soa heeft. Het laboratoriumonderzoek is daarbij het kenmerkende element. De testkit is slechts een middel om het monster aan te kunnen leveren en kan daarom niet als aparte levering worden gezien. Ook de communicatie van het testresultaat is onlosmakelijk verbonden met de hoofdprestatie: zonder uitslag zou de test immers zinloos zijn.
Ten tweede oordeelt de rechtbank dat deze prestatie valt onder de medische vrijstelling. De dienst heeft immers tot doel de gezondheid te beschermen door diagnose van ziekten. Het feit dat consumenten zelf het monster afnemen doet daar niet aan af. Bovendien wordt het laboratoriumonderzoek uitgevoerd door BIG-geregistreerde professionals. Dat de bv zelf geen medisch personeel in dienst heeft maar deze diensten inkoopt, staat volgens de rechtbank niet in de weg aan de toepassing van de vrijstelling.

Conclusie

Deze uitspraak kan relevant zijn voor ondernemers, die medische diensten aanbieden via een bedrijfsmodel, waarbij wordt samengewerkt met gekwalificeerde zorgverleners. De btw-behandeling van dergelijke diensten is complex en vraagt om een zorgvuldige analyse van de feiten en omstandigheden. 
 

Bron:Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2025:1165, SGR 24/51 | 02-02-2025

Cao zegt niets over sectorindeling
Op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) is een werkgever van rechtswege aangesloten bij de sector waartoe zijn werkzaamheden behoren. De Regeling Wfsv bevat een bijlage waarin per sector de bijbehorende bedrijfstakken zijn
Inspecteur had eerder moeten twijfelen
Een man start in 2011 met de handel in auto's. Hij schrijft zich in bij de KVK en begint vol goede moed. De handel loopt echter niet goed naast zijn drukke baan in loondienst. Al vanaf het eerste jaar lijdt hij verlies. De omzet daalt van bijna
Geen onderneming? Dan ook geen faciliteiten
Een yogalerares schrijft zich in februari 2020 in bij de KVK. In haar aangifte vermeldt zij een verlies uit onderneming. Dit bedrag is opgebouwd uit een omzet van € 203, verminderd met zelfstandigenaftrek en startersaftrek en verhoogd met de
Tijdelijke korting vrachtwagenheffing per 1 september 2026
Per 1 september 2026 wordt het tarief van de vrachtwagenheffing met 22,3% verlaagd. De vrachtwagenheffing treedt op 1 juli 2026 in werking en geldt voor alle vrachtwagens, zowel uit binnen- als buitenland. Eigenaren van vrachtwagens gaan een bedrag

We helpen je graag!

We vertellen je graag persoonlijk welke specifieke dienstverlening we jou kunnen bieden. 

Download onze gratis app en beschik over de laaste informatie en handige tools.

Verschillende functies binnen handbereik. Handige en praktische thema’s, het laaste belastingnieuws, toegang tot een uitgebreid archief, contactgegevens van onze medewerkers, routebeschrijving en het maken van afspraken.

nl_NLNederlands
Scroll naar boven