Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 ingediend

De staatssecretaris van Financiën heeft het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 naar de Tweede Kamer gestuurd. 

Het wetsvoorstel houdt in dat belasting wordt geheven over de reguliere voordelen uit vermogen en de waardeontwikkeling van vermogensbestanddelen in het betreffende jaar. Reguliere voordelen zijn rente, dividend, huur en pacht. Zowel de gerealiseerde als de ongerealiseerde waardeontwikkeling van vermogensbestanddelen wordt in de belastingheffing betrokken. De vermogensaanwas van een vermogensbestanddeel bestaat uit het verschil tussen de waarde aan het einde en aan het begin van het kalenderjaar, verminderd met de stortingen en vermeerderd met de onttrekkingen.

De waardeontwikkeling van onroerende zaken en aandelen in of winstbewijzen van startende ondernemingen vallen niet onder de hiervoor beschreven vermogensaanwasbelasting, maar onder een vermogenswinstbelasting. Dat houdt in dat de waardeontwikkeling pas wordt belast als deze is gerealiseerd of wanneer er geen sprake meer is van een startende onderneming. Voor de vermogenswinstbelasting bestaat het verschil tussen de verkoop- en de aankoopprijs, gecorrigeerd voor de kosten van aan- en verkoop en de verbeteringskosten. 

De reguliere voordelen zoals huur en dividend worden jaarlijks belast. Kosten zijn in beginsel aftrekbaar.

Het nieuwe stelsel geldt voor alle vermogensbestanddelen die nu in box 3 vallen. Bezittingen en schulden worden gewaardeerd naar de waarde in het economisch verkeer. Het heffingvrije vermogen wordt omgezet in een heffingsvrij resultaat. Omdat het werkelijke inkomen in een belastingjaar negatief kan zijn, wordt verliesverrekening mogelijk. 

Naast dit wetsvoorstel komt er een voorstel voor een aanpassingswet. Dat voorstel zal een groot aantal kleine wijzigingen omvatten, die nodig zijn vanwege dit wetsvoorstel. 

Het nieuwe stelsel moet per 1 januari 2028 in werking treden. Dat vereist dat het wetsvoorstel uiterlijk op 15 maart 2026 door de Tweede Kamer zal zijn aangenomen.

Bron:Ministerie van Financiën | wetsvoorstel | 2025-0000126582 | 18-05-2025

Aftrek geweigerd omdat huurovereenkomst niet aan eisen voldoet
Een ondernemer huurt sinds 2016 een aantal bedrijfsruimtes in een pand. De verhuurder brengt btw in rekening op basis van een afspraak over belaste verhuur. Kort daarna begint de ondernemer delen van het pand door te verhuren aan derden. Bij deze
Turboliquidatie biedt geen bescherming tegen navordering ab-heffing
Een vrouw houdt 20% van de certificaten in een holding. De werkmaatschappij wordt geturboliquideerd en de onderneming gaat over naar haar vader als eenmanszaak. Niemand geeft inkomen uit aanmerkelijkbelang aan. Jaren later legt de inspecteur
Vestiging tweede hypotheek is aanleiding voor aansprakelijkheid voor belastingschuld
Een holding en haar dga worden aansprakelijk gesteld voor een btw-schuld van een dochter-bv van de holding. De btw-schuld bedraagt ruim een miljoen euro. Zij bestrijden de aansprakelijkstelling met als standpunt dat de schuld zou zijn verjaard. Hoe
Ook na verliesverrekening kan de verdeling niet worden aangepast
Een man en een vrouw zijn fiscale partners van elkaar. De inspecteur legt in 2016 aanslagen inkomstenbelasting op voor het jaar 2015. In 2018 lijdt de vrouw een ondernemingsverlies. Dit verlies wordt in 2020 achterwaarts verrekend met haar inkomen

We helpen je graag!

We vertellen je graag persoonlijk welke specifieke dienstverlening we jou kunnen bieden. 

Download onze gratis app en beschik over de laaste informatie en handige tools.

Verschillende functies binnen handbereik. Handige en praktische thema’s, het laaste belastingnieuws, toegang tot een uitgebreid archief, contactgegevens van onze medewerkers, routebeschrijving en het maken van afspraken.

nl_NLNederlands
Scroll naar boven